Interview: Yondi Schmidt

Sportpaleis Alkmaar. De naam doet majesteitelijk aan. Maar het is gewoon een grote sporthal. Wel eentje met een indoor wielerbaan. Ik verwacht dat ik me ergens moest melden of dat ik mijn accreditatie moet laten zien. Iets om te bewijzen dat ik hier moet zijn vandaag. Ik maak me er geen zorgen over, in de loop van de jaren ben ik hier handig in geworden. Destijds, als fotograaf, heb ik geleerd dat je met een vriendelijk gezicht en een goed verhaal bijna overal binnen komt. Het blijkt niet nodig te zijn. In het eerste kantoortje dat ik binnenloop wordt me gelijk koffie aangeboden. Ook mijn fiets mag ik binnen stallen. Wanneer ik vertel dat ik een renner kom interviewen gaan direct alle deuren open. Ik word meegenomen door de kleedkamers. Onderweg loop ik langs een aantal dure baanfietsen dat tegen de muren rust. Iemand met slechte zin loopt er zo mee weg. Die laagdrempeligheid maakt de sport leuk. Iedereen kent elkaar.

IMG_3017.JPG

Ik loop met mijn koffie via een tunnel naar het middenveld van de wielerbaan. Alsof je vanuit een donkere keldertrap plots op de middenstip staat van Camp Nou. Indrukwekkend. Het middenveld word gebruikt voor zaalsporten. De gekleurde strepen verraden dat hier vaak balsport wordt beoefend. Om het terrein hangt over de totale omtrek een gigantisch net, een soort gordijn van gevlochten touw dat aan een railing hangt. Het zal 7 meter hoog zijn. Het zorgt ervoor dat er geen verdwaalde ballen de wielerbaan op stuiteren, die daar dan door de baanrenner moeten worden weggekopt.

De wielerbaan is van hout. Het oefent een natuurlijke aantrekkingskracht op me uit. Ik buk om de structuur beter te bekijken. Precies waar ik sta is er ooit iemand genadeloos hard op zijn giechel gegaan. Twee ingekraste strepen van minstens 10 meter lang. Ze beginnen hoog op de baan en eindigen aan de binnenkant, bij mijn voeten. De krassen zijn opgevuld met een soort verharde emulsie. Eigenlijk verbaast het me enigszins hoe knullig dit gedaan is. Kon ik maar mijn oor te luister leggen op de baan en naar haar verhalen luisteren. Voor mij leeft zo’n baan. Net als de Brickyard op de Indianapolis Motorspeedway. Het autocircuit dat oorspronkelijk geplaveid werd met meer dan drie miljoen kasseien. Later werd het geasfalteerd, uit veiligheidsoverwegingen. Maar op start finish liggen nog steeds drie rijen van deze oorspronkelijke stenen. Vaak gaan de coureurs op de knieën, een dag voor de race, om de kasseien te zoenen. Het is een bijgeloof, iets waar sport vol van is. Ooit reed mijn moeder stiekem met haar auto het TT circuit van assen op, dat toen verbouwd werd. Ik kan me nog herinneren dat het koud was, in de winter. Ik zat naast haar, was 16, idolaat van motorsport. Van alle coureurs wist ik hun beste resultaten op te noemen en welk merk helm ze droegen. We reden over het toen nog “oude” circuit. De meeste bochten hadden nog de verkanting die zo typerend was voor de TT baan. Heilige grond was het.

Op het binnenplein zit een aantal renners. Sommigen dragen de kleuren van de nationale selectie. Later zal ik leren dat onder meer Teun Mulder daarbij is. Teun is goed voor een flink aantal medailles en wereldtitels. Yondi Schmidt heeft een afwijkend wielerpak met eigen sponsoring. Dat is niet het enige waarin hij zich onderscheidt. De benen van Teun en Roy zijn gigantisch… Echt gigantisch! Als ik ze op straat zou tegenkomen, zou ik ze verwarren met discuswerpers of rugbyspelers. Yondi is wat ranker in bouw, stevig maar ook pezig. Dat hij bijna net zo lang is als ik verbaast me. Hij lijkt korter. Tussen al het bonkige geweld van de nationale selectie beweegt hij zich voort als een zwarte panter. Ook zijn fiets is zwart en mist de drukke sponsoring. Omdat de baan nauwelijks verlicht wordt door lampen, zal ik proberen de foto’s te maken met het aanwezige zonlicht. Sommige delen geven een warme gloed, andere delen worden in schaduw verhuld.

 Ik geef Yondi een hand. Hij zit op een van de houten bankjes die verstrooid zijn over het terrein. De training is al begonnen. Baansprinters trainen heel anders dan ik dacht. Ik ben deze dag ongeveer zes uur op de baan aanwezig. De eerste training begint om half tien en eindigt om twaalf. Daarna zullen we een interview doen, waarna Yondi een tweede training af zal werken van drie tot vijf. Als hij in al die tijd 25 rondjes op de baan heeft afgelegd, is het veel. Hetzelfde geldt voor de nationale selectie. Zij trainen wel explosiever dan Yondi omdat ze binnenkort een wedstrijd fietsen. Yondi zit in een andere fase van het seizoen. Het gaat er nu vooral om weer rustig op te bouwen wat hij onwillens gesloopt heeft. Zijn lichaam heeft het vorig seizoen, of de afgelopen jaren zelfs, flink moeten incasseren. Het seizoen 2014 verliep relatief succesvol. Hij reed veel op de weg en won ook veel, werd Nederlands kampioen bij de elite zonder contract. Was er maar iets of iemand geweest die toen aan zijn rem had getrokken. De uitslagen stapelde zich op maar de eerste en tweede plaatsen werden langzaam verruilt voor top tien klasseringen. Hij trok te lang door en reed zichzelf compleet overhoop. Zwaar overtraind ging hij de winter in.

Het is zijn idee om in de McDonalds af te spreken om de hoek, waar ik hem een paar vragen zal stellen. Ik dacht nog; Als hij hier straks een quarter pounder naar binnen gaat zitten werken, vreet ik mijn Ipad op! Het zal ongeveer hetzelfde smaken. Ik ben zelf al jaren niet meer in een Mac geweest en wanneer ik de eerste hap van mijn frietjes neem weet ik weer waarom. Alles smaakt uniform naar karton. Dan komt Yondi binnenlopen. Die sluwe heeft zijn eigen brood gekocht bij de supermarkt en begint het hier op te eten.

Yondi begon op sportgebied, net zoals zoveel andere jongetjes van zijn leeftijd, met voetballen.
‘Ik merkte toen al dat ik het functioneren in een elftal lastig vond. Ik was spits maar was intussen overal, vond verliezen verschrikkelijk. Vooral als de andere jongetjes gras aan het plukken waren en ik alles er alles voor wilde doen om te winnen. Op mijn negende ging ik met mijn vader voor het eerst naar een wielerclub. Bij mijn eerste wedstrijdje werd ik zesde, de tweede wedstrijd won ik meteen.’
Vanaf zijn 18e was Yondi op de baan te vinden. Sprint lag hem het beste. Vanaf zijn 23e kwam de duursport erbij. Hij is zowel op de baan als op de weg te vinden, het één sluit het andere niet uit. Integendeel.
‘Als baanrenner fiets je veel wegwedstrijden om conditie op te bouwen in het peloton. Om de basis te vergroten. Ik heb altijd een voorliefde voor de baan gehad, voor de sprint. Ik denk dat ik twintig jaar eerder geboren had moeten zijn. Nu draait het op de sprintnummers puur om vermogen. Sprinters zien eruit als bodybuilders. Die bouw heb ik niet. Voormalig olympisch kampioen Theo Bos reed destijds met een verzet van maximaal 52/14, dat was toen heel zwaar. Nu rijden ze makkelijk 56/12. Het draait niet zozeer meer om souplesse. Ik denk dat zelfs Theo het erg moeilijk had gehad in het huidige deelnemersveld’.
Yondi heeft desondanks mooie uitslagen gereden. Nederlands kampioen Keirin, 5e bij een wereldbeker wedstrijd, 7e en 8e bij de wereldkampioenschappen. Maar het zijn niet de uitslagen die hij voor ogen had.
‘Tuurlijk, ik heb best wel wat laten zien, maar ik wilde wel meer. Wereldkampioen worden, olympische spelen. Ik heb wel wat foutjes gemaakt in mijn carriere. Had ik geweten wat ik nu weet dan had ik het zeker anders gedaan. Ik vind het fijn om veel en hard te trainen maar heb blijkbaar meer rust nodig dan anderen. Destijds werd ik als jonkie in de groep gegooid met de grote jongens, Theo bos en Teun Mulder waren toen al van een heel ander niveau maar ik trainde net zo hard mee. Ik reed rond met een Peugeot 206 motortje terwijl die gasten er een Ferarri motor in hadden liggen. Er lag geen plan voor de lange termijn. Wellicht heb ik daar al een deel van de motor opgeblazen. Misschien dat ik met de juiste begeleiding ergens anders had gestaan. Maar dat is achteraf.’

2015 was een jaar om gauw te vergeten. Het verval dat ingezet werd aan het einde van 2014 vond zijn dieptepunt ergens in januari van dit jaar.
‘Ik debuteerde bij de Zesdaagse van Rotterdam in het hoofdprogramma. Ik reed daar met een schouder waarop ik al twee keer op gevallen was. Ik heb er nu zo’n pianotoets op zitten. Tijdens die zesdaagse viel ik wederom op diezelfde schouder, vanuit boven uit de baan, over het achterwiel van een concurrent tijdens een afval race. Achteraf gezien was ik eigenlijk toen al oververmoeid. Mentaal en fysiek op.’
Omdat Yondi op de weg Nederlands kampioen was geworden bij de elite zonder contract, kwamen automatisch de daaraan verbonden uitnodigingen om mee te doen aan de criteriums aan het einde van het wielerseizoen. Bij die “rondjes om de kerk” krijg je als renner startgeld. Uit lucratief oogpunt reed hij zich nogmaals een aantal keer het snot voor de ogen, want alle criteriums zijn volle bak.

Het meest indrukwekkende verhaal dat hij mij verteld gaat over de tiendaagse van Marokko in April dit jaar.
‘Het voelde als een uitgelezen mogelijkheid om mijn herstel in te zetten en op te bouwen. Het klonk perfect. Lekker warm weer, een niveau dat niet zo hoog lag en lekker kilometers maken in het peloton. Daar heb ik me flink op verkeken!’
De omstandigheden bleken totaal anders dan Yondi verwacht had, en in plaats van opbouwen brengt hij eerder nog meer slijt toe aan zijn vermoeide lijf.
‘De Tour van Marokko is een zogenaamde UCI 1.2 wedstrijd. Dat betekend dat er ruimte is voor zowel profrenners als voor de wat mindere goden. Om te beginnen was het bloedheet, soms 45 graden. Dag drie was voor mij persoonlijk het dieptepunt van die koers. Vanuit die extreme weersomstandigheden kwamen we in een afdaling terecht waar de temperatuur zakte naar 3 graden. Er was regen en mist, het was zo koud dat ik mijn stuur haast niet vast kon houden. Niemand was erop gekleed. Daar heb ik voor het eerst jankend op de fiets gezeten. Maar letterlijk he! Gelukkig had ik mijn maatje bij me die het net zo moeilijk had. We hebben elkaar er uiteindelijk doorheen gesleept die dag. We zijn keurig binnen de tijd binnen gekomen. Het niveau was ook nog eens veel hoger dan verwacht. Het peloton was gevuld met drie Marokkaanse selecties. Je had ze moeten zien. Spillebeentjes waren het maar ze reden gigantisch hard. Waaiers rijden vol tegen de wind in, die gasten zaten snokvol doping. Daar werd niet op gecontroleerd bij deze koers terwijl er wel een busje meereed van Anti Dopage. Vreemd vond ik dat.’
Toen was er nog dag zeven. Yondi had die ochtend een pijnstiller geslikt. Tramodol moest de pijn van een zere schouder onderdrukken. Het gevaar van Tramodol is dat, wanneer je er teveel van neemt, je ervan kunt gaan hallucineren.

‘Ik flikkerde haast van mijn fiets die dag. Uiteindelijk ben ik met de ziekenwagen naar de finish gereden. De laatste drie dagen ben ik erbij gebleven om het team te steunen. Naast al die ellende hadden we ook nog regelmatig verplaatsingen waarbij we vijf uur in de bus zaten. Over kleine berg weggetjes met diepe afgronden en enorme hobbels. De bus rook naar kots en ik was aan de diarree. Echt, die hele ronde was een hel! In het vliegtuig terug naar Nederland krijg ik plots last van maagkrampen. Terwijl ik naar de wc loop, val ik midden in het gangpad flauw.

Dat is trouwens een tip voor jouw, Cor! Als je lang bent, gewoon doen of je flauw valt. De rest van de vlucht heb je drie stoelen voor jezelf en wordt overal voor gezorgd’, zegt hij lachend. Hij vraagt me of ik zeker weet dat ik wil gaan wielrennen.
Hetzelfde jaar loopt zijn relatie op de klippen. Of dat met zijn gesteldheid van dat moment te maken had durft hij niet te zeggen.
‘Mijn vriendin was ook atlete, dat maakt het wel makkelijker om met elkaar te leven. Maar eerlijk gezegd denk ik dat in die periode geen enkele relatie stand had gehouden.’

Het was een jaar vol tegenslagen maar aankomend seizoen wordt er een nieuwe weg ingeslagen. Boven alles wil hij het plezier in de sport terug vinden. Wat voor ambities kun je daaraan koppelen?
‘Je komt me tegen op een appart moment in mijn carriere. Mijn wedstrijd ambities zullen dit keer niet hoog liggen. Ik heb altijd resultaat gericht getraind, nooit proces gericht. Ik wil nu proberen te genieten van het proces. Vanaf vrijdag vertrek ik voor een training in het buitenland en ga ik weer specifiek trainen. Dat vind ik heerlijk. Ik heb in mijn carriere hele vette wedstrijden gereden, mooie plekken gezien, achteraf heb ik daar zo weinig van meegekregen. Dat komt door de enorme druk die ik altijd op mezelf legde. Het plezier moet nu eerst terug komen, de gezondheid moet weer in orde zijn. Het vertrouwen in mijn eigen lichaam heeft een flinke knauw gekregen. Ik heb er angst voor dat ik niet gestructureerd iets op kan bouwen of dat ik een terugval krijg. Daar liggen mijn aandachtspunten.’

Later die dag besluit Yondi nog één keer de baan op te gaan maar inmiddels is het te donker geworden om nog foto’s te maken. De hele dag wordt er onderling gedold, iedereen helpt elkaar. De sfeer is ongedwongen, ik zal later die dag zelfs gevraagd worden Teun en Yondi te starten. Terwijl de coach de renners recht houd bij de start, druk ik op de knoppen “reset” en “start”. De typische pieptonen van de aftel procedure klinken uit de speaker. Persoonlijk hoogtepunt was dat ik aan het eind van de dag twee rondjes mag fietsen op de racer van Yondi.
De nationale selectie traint vandaag samen met de paralympiers. Teun en Yondi zijn er zelfs onderdeel van. Het ontroert me, hier in de donkere zaal in Alkmaar. Ik heb er vaak over gelezen, grote kampioenen die de ene na de andere tegenslag te verwerken krijgen en van hun voetstuk af worden geblazen. Afgebroken tot aan de basis. Vanaf daar wordt het verschil pas gemaakt. Wanneer die basis sterk genoeg is, kan er weer iets moois uit groeien. Dat voltrekt zich nu voor mijn ogen. In alle bescheidenheid, in de schaduwen en de stilte van het omnium.

Geef een reactie