Lisette Bakker

 

Soms komt de inspiratie tot een stuk tekst uit een compleet onverwachte hoek. Denk ik iemand aangesproken te hebben die mij iets kan vertellen over het vrouwenwielrennen, blijkt ze Rally’s te racen als navigator. Ik kende haar tot gisteren als die dame in dat roze wielerpak van fietsclub KEK die af en toe bij mij aan de bar zit, maar een race overall staat haar mogelijk nog beter. Geen fietsverhaal dus, maar wat zal het. Haar verhaal is er niet minder mooi om, en zoals eerder gezegd, de inspiratie wordt me de laatste tijd uit de meest onverwachte hoeken aangereikt.

 

(Foto van Lisette Bakker)
(Foto van Lisette Bakker)

 

Het eerste wat ik probeer te achterhalen is hoe Lisette met wielrennen in aanraking is gekomen. Wat volgt zijn verhalen over blessures en gebroken lichaamsdelen. Het is een gegeven dat veel wielrenners/mountainbikers voorheen een andere sport beoefende totdat ze zichzelf blesseerden. Dit is ook het geval bij Lisette.
‘Ik begon al heel vroeg met sporten. Ik deed aan turnen tot mijn tiende jaar en trainde twaalf uur per week, op een behoorlijk hoog niveau. Op mijn achtste werd ik op de trein gezet naar de training in Sloterdijk. Trainen vond ik geweldig maar wedstrijden verschrikkelijk.’
Één karaktertrek van Lisette steekt tijdens het interview vaker de kop op. Ze houdt niet van verrassingen en onzekerheden en is Pietje Precies in haar voorbereidingen om die twee te minimaliseren. Tot een turnwedstrijd is het mede daarom nooit gekomen.
‘Alleen al de gedachte aan een wedstrijd kon me helemaal gek maken. Omdat ik niet wist wat me te wachten stond. Op mijn tiende ben ik er mee gestopt, uit het niets. Later hoorde ik op een reünie dat al mijn klasgenootjes van toen dachten dat ik nooit buiten speelde omdat ik moest leren van mijn ouders en dat ik daarom zulke goede cijfers haalde, maar ik was gewoon altijd druk met trainen.

 

image

 

Verrassingen en onzekerheden. Het is mij een raadsel hoe ze ooit in de rallysport terecht is gekomen. Mijn beperkte kennis van deze sport is voldoende om te weten dat niets zeker is bij het rally racen en een degelijke voorbereiding slechts minimaal kan worden toegepast.
‘Mijn ouders zijn de schuld van alles’, zegt ze lachend.
‘Als kind werd ik al meegesleurd naar het TT circuit van Assen en werd er thuis naar Parijs-Dakar gekeken. Op mijn achttiende had ik graag mijn motorrijbewijs gehaald maar daar ging een streep door vanwege een blessure. Met skateboarden brak ik mijn pols. Ik werd destijds door de arts naar huis gestuurd met de mededeling dat ik eerst maar eens moest kijken of ik er echt last van had. Achteraf bleek dat je voor zo’n kwetsuur normaal gesproken twaalf weken in het gips gaat. Ik ben inmiddels zeven operaties verder en heb er nog altijd last van bij bepaalde inspanningen.’
Via de studie HTS Autotechniek komt ze uiteindelijk in contact met de rallysport. Haar toenmalige vriend reed voor het HTS Rally team, begon na twee jaar zijn eigen team en zocht nog een navigator. De navigator zit naast de coureur tijdens de rally en verteld hem waar ze heen moeten met behulp van een kaart of andere vorm van navigatie. Tenminste, dat is ongeveer het beeld dat ik tot nu toe had van de navigator. Inmiddels weet ik dat er veel meer bij komt kijken dan dat.
‘Op die manier ben ik begonnen als navigator, door bij mijn vriend in de auto te stappen. Ik was ontzettend zenuwachtig, je kunt niet echt trainen voor een Rally. We mogen het parcours wel eenmaal verkennen. Van tevoren krijg je een routeboekje, daar staat ontzettend veel informatie in. De parcours verschillen enorm in lengte. Bovendien ben je niet alleen maar aan het racen. Je wisselt een ‘proef’ af met een ‘weg’. De proef is het gedeelte waar je aan het racen bent en je op snelheid en tijd rijdt. De weg is een verbindingsroute tussen de proeven. Die gaat over de openbare weg en er wordt van je verwacht dat je je daar aan de verkeersregels houdt.’

 

image

 

Wat ik leer is dat een wedstrijd uit wel vijf proeven kan bestaan en dat sommige verbindingswegen bij elkaar wel 500 km lang zijn! Daar rijd je dan, in je SuperCar met een gangetje van 80. Het is de taak van Lisette om de proeven tijdens de verkenningsronde helemaal uit te schrijven. Dat betekent dus dat je wel drie of vier dagen onderweg bent.
‘Het verkennen neemt al een dag of twee in beslag. Ik schrijf het hele parcours uit, elke bocht, gevaarlijke situatie of obstakel. Dat verkennen gebeurt natuurlijk niet op topsnelheid, maar we proberen wel een bepaald ritme aan te houden. Zo’n verkenningsronde zou bijvoorbeeld op donderdag avond kunnen zijn van zes tot middernacht en de volgende dag van negen tot zes. Ik schrijf voor een complete wedstrijd soms vijftig A4tjes vol.’ Al die korte notities lees ik op tijdens de race en komt via de intercom via mijn helm zijn helm in. Heel veel werk dus. Daarom moet ik altijd lachen wanneer ik mijn vrienden uit moet leggen dat het niet “zomaar even lekker een wedstrijdje rijden” is.’

 

Tien jaar geleden reden er hooguit vier vrouwen mee als navigator, tegenwoordig zijn dat er misschien al veertig. Blijkbaar is het navigeren iets dat vrouwen goed ligt. Ik moet oppassen dat ik geen stereotypen ga gebruiken wanneer we het hebben over kaart lezen maar er valt iets voor te zeggen. Vrouwen schijnen hun aandacht beter over meerdere taken te kunnen verdelen dan mannen. Tevens heeft een vrouwenstem meer verschillende toonhoogtes dan die van een man.
Dat een coureur sneller een proef aflegt zonder navigator is volgens Lisette vrijwel ondenkbaar. Daar zijn de parcours te lang voor.
‘De rol van coureur en die van navigator zijn beiden even belangrijk denk ik,’ zegt ze.
‘Ik kan me nog herinneren dat wanneer de race werd gewonnen door een auto met vrouwelijke navigator, daar een speciale beker voor werd uitgereikt. Verschrikkelijk vind ik dat. Het is een vorm van positieve discriminatie. Alsof het een wonder is dat we kunnen kaart lezen, alsof we de hele weg hebben zitten gillen. Ik weet niet of wij er beter in zijn dan mannen, maar ook zeker niet slechter.’
Dit jaar werd ze, samen met coureur en teameigenaar Jasper van den Heuvel Nederlands kampioen in de N-klasse. Ditzelfde sterke duo maakte vorig jaar nog een flinke klapper die vooral voor Lisette behoorlijke schade veroorzaakte. Zowel fysiek als mentaal.
‘We stonden met 170 kmph ineens achterstevoren. De auto brak weg, 180 graden gedraaid gingen we de berm in. We werden uit een sloot gelanceerd en reden gek genoeg weer de goede kant uit toen we weer op de weg terecht kwamen. Ik weet nog dat we elkaar toen aankeken: “daar hebben we geluk gehad”.  Een fractie van een seconde later knalden we tegen een boom aan, aan mijn kant van de auto. Met ongeveer 150 kmph.’
Waar Jasper ongedeerd de auto uit klom, verkoos Lisette ervoor nog even te blijven zitten. Haar licht was kortstondig uit geweest door de impact. Toen ze bijkwam probeerde ze te voelen waar het pijn deed. Ze kon haar tenen nog voelen, gelukkig. Ook haar rug en nek voelde goed, maar naast haar rug deed het pijn. Resultaat; hersenschudding en negen gebroken ribben.
‘Mijn kuipstoel is eigenlijk iets te breed bij de schouders. Die speling was de oorzaak van de schade die ik opliep. Ik heb zeker geen gemakkelijk jaar gehad daarna. Weken daarna had ik concentratie problemen. Dan liep ik naar de keuken om een bakkie thee te zetten en was ik in de keuken alweer vergeten wat ik ging doen. Na een tijdje voelde ik dat ik dorst had en herinnerde ik het me weer.’
Ik grap dat de meeste mannen dat dagelijks hebben. Intussen probeer ik me voor te stellen hoe het voelt om met zoveel snelheid om een boom gevouwen te worden. Ik kneusde ooit één rib. Dat was de ergste pijn die ik ooit gevoeld heb. Lisette brak er negen…
‘Na drie weken zat ik alweer op de Tacx. Het stelde niks voor, maar in ieder geval had ik het gevoel dat ik weer iets deed. Negen weken later reed ik alweer mijn eerste Rally. Tijdens die race, hoe verzin je het, vlogen we wederom over een slootje. Ik dacht nog ojee, daar komt de pijn, maar dat viel reuze mee.’
Uiteindelijk vallen ze die dag uit wegens mechanische pech en doen ze niet meer mee voor de punten. Toch geeft Lisette bij haar partner aan dat ze de dag erna wil racen.
‘Ik heb Jasper min of meer gepushed om mee te doen, wat heb ik daar later spijt van gekregen. Volgas voor spek en bonen, in de regen tussen de bomen door. Had ík dit verzonnen?, vroeg ik me af. Ik miste op een bepaalde manier de spanning van een echte race, het moeten presteren, ging nadenken over de situatie. Ik werd helemaal gek, heb zitten janken in de auto. Ik schreeuwde Jasper dat hij het rustiger aan moest doen maar hij reageerde niet. Intussen moest ik ook nog de route blijven aangeven anders zou het echt gevaarlijk worden. Wat een helse rit was dat!’
Terwijl ze naderhand naast de auto staat te bekomen, wordt ze aangesproken door een andere navigator. Hij beleefde eenzelfde crash op dezelfde proef een paar jaar eerder. Hij dringt bij Lisette aan niet te stoppen.
‘Stop nou niet, ik weet precies hoe je je voelt, zei hij. Dit is klote maar het gaat over, je moet nu niet opgeven.’
Van September tot Februari reed ze geen enkele Rally. Totdat ze instapte bij een bevriende coureur in een langzamere auto. Al snel had ze het gevoel dat het sneller mocht. De eerst volgende race samen met Jasper werd direct gewonnen.
‘Ik heb moeten leren dat een auto weg kan breken op een plek waar je dat niet verwacht. Ineens sta je achterstevoren waar het niet klopt. Geen remmen, geen verkeerslicht, gewoon zomaar.’

 

Lisette droomde er altijd van een keertje mee toen met Parijs-Dakar. Dat is een Rally voor auto’s, vrachtwagens, quads en motoren die oorspronkelijk startte in Parijs en eindigde in de Senegalese hoofdstad. Naarmate de jaren verstreken liet ze dat idee langzaam varen. Het is een wereldje waarin je moeilijk terecht komt tenzij je een heleboel geld meeneemt.

Mission impossible, zo leek het. Totdat ze begin dit jaar een mailtje kreeg van de KNAF, de Koninklijke Nederlandse Autosport Federatie. “Vrouwen gezocht”, luidde het kopje.
De FIA wil de autosport graag toegankelijker maken voor vrouwen en besloot een oproep te plaatsen. Er werden vrouwen gezocht met rally ervaring voor een avontuur in Quatar. Uit 85 internationale aanmeldingen werden 18 vrouwen geselecteerd, waaronder Lisette. Negen navigatoren en negen coureurs. Uit die 18 vrouwen zouden vervolgens 1 navigator en 1 coureur als winnaar uit de bus komen om volgend jaar een koppel te vormen en volgend jaar mee te doen aan een Worldcup. ‘Toen dacht ik goed, als ik nu opgeef, mag ik nooit meer zeuren dat ze nooit iets voor vrouwen organiseren.’
Lisette werd uitgenodigd voor een trainingskamp van een week in Quatar.
‘De eerste dag kwam geen enkele auto terug uit de woestijn,’ lacht ze. ‘Allemaal verdwaald. Het bleek al snel een heel ander spel te zijn dan wat ik gewend was bij het Rally rijden. Je navigeert via satelliet met je GPS en Tripmaster systeem. Je werkt dus met graden, een beetje zoals in de luchtvaart. Er zijn geen wegen en soms is er om de 200 meter een situatie, je moet ontzettend scherp zijn hier niet van het traject te geraken. Onderweg moet je zogenaamde Waypoints halen. Haal je die niet, of sla je er eentje over dan moet je terug of krijg je tijdstraf.’
Lisette moest een aantal proeven uitvoeren in de woestijn, tussen de 20 en 30 km lang. De laatste dag werd een proef verreden van 72 km. Ter illustratie, de Worldcup duurt vijf dagen en iedere dag wordt er 300 tot 350 km afgelegd. In de woestijn.
Lisette won het trainingskamp en zal volgend jaar een koppel vormen met een dame uit Nieuw Zeeland die als coureur zal fungeren in dit vrouwenteam. Het is voor Lisette nu zaak om volgend jaar zo fit mogelijk aan de start te verschijnen van deze loodzware race. Er word ondermeer van alle deelnemers verwacht dat ze een wiel zelfstandig kunnen wisselen. Als oefening werden tijdens het trainingskamp de auto’s ingegraven zodat ze konden oefenen op het uitgraven.
‘Mijn conditie is prima in orde, qua kracht moet ik zeker nog wat aansterken. Ik heb ooit tijdens het hardlopen mijn meniscus om zeep geholpen. Wederom werd hier een verkeerde diagnose gesteld en werd ik naar huis gestuurd. Pas veel later op de operatietafel zei de dokter ‘was je er maar eerder mee gekomen’, ik kon wel janken. Inmiddels kan ik weer hardlopen. Verder train ik nu veel met mijn eigen lichaamsgewicht. Armspieren trainen is lastig vanwege mijn pols maar ik train zo goed als dat gaat. In april is de grote race, ik zal er staan.’

image

Na het interview wordt me duidelijk dat wielrennen voor haar eerder haat dan liefde is. Meer noodzaak dan liefhebberij. Maar zelfs op die kleine, onbeduidende manier speelde de fiets een belangrijke rol in het verhaal. Het bracht mij namelijk naar een verhaal over passie, pijn, doorzettingsvermogen en overwinning. De parralel met het wielrennen is snel getrokken.

Geef een reactie