Interview: Johan Tijssen

De sleet zit er nog niet op bij Tijssen. Zelf ziet hij dat als het grootste voordeel ten opzichte van zijn concurrenten. Hij mag dan laat begonnen zijn met fietsen, 29 was hij, maar hij heeft ontegenzeggelijk veel talent voor het spelletje. Vooral het tijdrijden is hem op het lijf geschreven. Eigenlijk kan hij gewoon heel hard fietsen, stoempen zoals hij dat zou noemen. Vooral tegen de wind in. Dit jaar werd hij Nederlands kampioen tijdrijden bij de amateurs, op zijn vierendertigste, en als het aan Johan Tijssen ligt, wordt volgend jaar het tweede hoofdstuk bijgeschreven van zijn verhaal, dat wegleest als een jongensboek.

We hebben afgesproken in de lobby van hotel Bilderberg te Zwolle. Wanneer Tijssen binnen komt lopen zie ik gelijk de atleet. Middelmatige lengte, blokkige, stevige bouw en een zelfverzekerde kop. We herkennen elkaar van facebook. Sommige sporters zijn geen geweldige praters, van hen moet ik eerst het vertrouwen zien te winnen. Tijssen begint gelijk te vertellen. Ik druk te laat de recorder in en doe hem snel een microfoontje aan de trui. Ik had vooraf besloten geen vragen voor te bereiden en het gesprek gewoon een natuurlijke loop te laten. Dat bleek de juiste keuze.

image

 

Voor JoyRide wil ik binnen 300 dagen tijdrijder worden. Omdat ik daar als groentje hulp bij nodig heb, besloot ik een week eerder de top 3 van de afgelopen NK tijdrijden voor amateurs op te zoeken op internet. Via tijdrijden.nl kwam ik op zijn naam. Tijssen zijn verhaal sprak mij gelijk het meeste aan. Waarschijnlijk omdat ik mezelf met hem het meeste kan identificeren. Net als hij ben ik 34 jaar en allebei zijn we laat begonnen met fietsen. ‘Eigenlijk heb ik altijd geweten dat ik talent heb voor sport’, zegt Tijssen. ‘Zwemmen, voetbal en vechtsport, het ging me allemaal goed af. Maar als ik een keer geen zin had dan ging ik gewoon niet. Ik heb ouders die me daar altijd heel vrij in lieten. Achteraf is dat voor mij misschien niet zo handig geweest. Ik had liever een stok achter de deur gehad. Ik speel bijvoorbeeld ook piano en kerk orgel. Als ik iets leuk vind of interessant, dan ga ik er gewoon voor, net zolang tot ik er goed in ben’. Ook bij de lessen op het kerk orgel kwam hij soms niet opdagen. De muziekstukken die die dag beoefend moesten worden vond hij dan te saai. Ook zijn leraar liet hem daar vrij in. De ontwapenende blik en de hoge gunfactor zouden daarmee, volgens Tijssen, te maken kunnen hebben.
‘Bij tijdrijden is dat een ander verhaal. Dit kan ik zelf en dit wil ik zelf’, zegt hij. ‘Niemand die mij naar een training hoeft te leuren’. Zijn blik is alert, alsof hij precies doorheeft wat er om hem heen gebeurt. Des te wonderbaarlijker is het dat juist hij tegen een burn-out aanliep. Alsof die alertheid niet verder reikte dan de buitenkant. Het kan de besten overkomen en de innerlijke zoektocht zou gelukkig niet lang daarna volgen.
‘Het was alsof ik een enorme kater had, die hoofdpijn, maar dan erger. Het was niet meer te dragen. Zelfs migraine pillen hielpen niets. Op een nacht naar de huisarts post gereden, niets te vinden’. Niet veel later zou zijn vrouw Evelien een arts vragen om bij hen thuis langs te komen. ‘Ze dacht op een gegeven moment echt dat ik eraan zou gaan, zo slecht was ik’. De arts zag maar twee mogelijke verklaringen. Een hersentumor of een inwendige bloeding. ‘Toen hij me dat vertelde, stortte mijn leven wel even in ja. Op bepaalde pijnprikkels reageerde ik totaal niet, bij andere specifieke prikkels deed het al pijn als ik ernaar keek’. In het ziekenhuis werd Tijssen totaal doorgemeten, wederom werd er niets gevonden. Een MRI scan zou uitsluitsel moeten gaan geven. Tot die tijd zat Tijssen thuis met zijn helse pijn. ‘Ik heb tien dagen op een plastic klapstoeltje onder de warme douche gezeten, kon niets hebben. In die tijd ben ik 14 kilo afgevallen, niets smaakte me meer. Vooral voor mijn zoontje was dit zwaar, hij heeft daar nog maanden last van gehad. Mag ik wel op mijn vader springen, kan ik alweer met hem dollen’? Tijssen ging van een goed getrainde fietser naar iemand die na dertig meter lopen gesloopt was. Tv kijken deed hij weken daarna nog steeds met één oog. Als nawee van de pijn keek hij scheel uit zijn hoofd, ook autorijden ging niet meer. Na een aantal weken ging het weer beter met hem. ‘Daarna ging bij mij de knop om. Ik werkte mezelf helemaal naar de tering voor niks, jarenlang. Ik werkte in de zuivel en deed inkoop, verkoop, bereiding, ontwikkeling en ik vond het allemaal prachtig. Als ik me ergens in verdiepte werd ik er vanzelf goed in, tegelijk was dat als een enorme molensteen die om mijn nek hing. Ik kon geen nee zeggen. Wat leverde het me op? Ligt er een sloep in de sloot?’ Ongeveer een jaar geleden besloot hij terug te gaan naar de basis. Een normale 40 urige werkweek. Vanaf dat moment begon hij zijn ambities buiten zijn werk te zoeken. Via sociale media liet hij zijn collega’s, familie en vrienden weten dat vanaf nu het fietsen prioriteit zou krijgen. ‘Dat betekende ook gelijk een verandering van levensstijl. Geen biertjes meer op zondag. Tevens had ik flink wat overgewicht’. Tijssen werd met zichzelf geconfronteerd toen hij een foto van zichzelf zag tijdens het bloemen corso in Sint Jansklooster, zijn huidige woonplaats. ‘Ik schrok ervan, stond op zo’n bloemen kar en had een rieten rok aan en was dik! Niet tonnetje rond maar wel echt te zwaar.

image

Destijds ben ik op een oude mountainbike begonnen met fietsen. Met acht kilometer was ik al trots, ik dacht nog, dat doet niemand hier in de regio, zo ver fietsen als ik. Die acht kilometer werden er al snel 40′. Op een dag werd hij ingehaald door een wielrenner, daarna werd er voor het eerst nagedacht over de aanschaf van een racefiets. Zijn eerste rondje op die nieuwe fiets staat nog vers in zijn geheugen. ‘Zere rug, wind tegen en maar zesentwintig kilometer per uur, ik dacht nou, als dit wielrennen is’! Tijssen heeft ook een fitness verleden maar kwam er al gauw achter dat dit moeilijk te combineren viel met het fietsen. De zorgvuldig opgebouwde spiermassa in zijn bovenlijf zat hem letterlijk in de weg. ‘Ik woog toen 97 kilo en zag er flink gespierd uit, maar op de fiets had het een averechts effect. Het ging soms zelfs zo slecht dat ik tijdens mijn fietsrondje met mijn vrienden deed alsof de ketting eraf lag en ik eraf moest. Maar ik kon gewoon niet meer. Mijn bovenlijf trok teveel bloed weg uit mijn benen, ik was niet vooruit te branden’. Na die realisatie zou er veel in positieve zin veranderen. Geen tarwe en koolhydraten meer op het menu maar vlees en groente. Tijssen ging van 97 naar 88 kilo. Hij ging vooral steeds harder fietsen. Via Theo Knobbe kwam hij terrecht bij FTC Marknesse, waar hij tijdritten ging rijden. Geuje Altena bracht hem in contact met Marco Bos, inmiddels een van zijn vaste fietsmaatjes en beste vrienden. Nadat Tijssen op zijn verzoek zijn strava gegevens had doorgestuurd, vroeg Marco of hij Tijssen terug mocht bellen. ‘Jij fietst wel serieus hard, zei hij. Of het mij wat leek om mee te doen aan het NCK, het nationaal club kampioenschap tijdrijden. Je start met zes man op een parcours van ongeveer 50 kilometer lang en je moet met minstens vier man finishen. Dat leek hem wel iets voor mij’. Er volgde een aanvraag voor een licentie en een medische keuring. Vanaf dat moment is de nog prille carrière van Tijssen in een stroomversnelling terecht gekomen. ‘Vooral de aanschaf van een tijdritfiets destijds zorgde wederom voor een nieuwe impuls en een enorme vooruitgang. Ik kocht die fiets met een wattage meter en kwam er al snel achter dat ik daar veel profijt van zou hebben. Ik kon precies zien waar mijn omslagpunt lag en waar ik begon te verzuren. Als ik zorgde dat ik daar ietsjes onder bleef zitten, kon ik veel langer door’. Tijssen staat er vooral om bekend dat hij tegen de wind in een slopend tempo aan kan houden, soms met een gemiddelde van 43 kilometer per uur. Er zijn er niet veel van dat kaliber. Het was die kwaliteit die de doorslag gaf bij zijn trainer, die hem plots bombardeerde tot kopman. Zijn eerste wedstrijd was een club wedstrijdje die hij gelijk won met een gemiddelde snelheid van 45.6 km. In Nijeveen werd hij keurig derde. Dit alles nog steeds op een tweedehands fiets en zonder driespaak wielen of een gerichte training. Bij de wedstrijd in Makkum zouden zijn ogen voor het eerst echt geopend worden. ‘Het was mijn eerste grote wedstrijd. Ik startte in de H3 en werd gelijk eerste. Later kwam ik erachter dat ik met mijn tijd tevens tweede was geworden bij de H7, ofwel de klasse waar ondermeer de elite renners te vinden zijn. Op vier seconden van de winnaar. Toen kwam er bij mij wel echt het besef dat ik iets bijzonders aan het doen was’. Intussen kwam er ook het besef bij dat de verandering in levensstijl zorgde voor een kentering in zijn prive leven. Sommige vrienden bleven, anderen lieten niets meer van zich horen. ‘Ik voelde een soort weerstand bij sommigen. Ineens was ik niet meer gezellig omdat ik geen bier meer dronk. Of ik werd te mager gevonden door mensen die me voorheen te dik vonden. Maar die weerstand gaf me gek genoeg wel de bevestiging dat ik goed bezig was. En dus ging ik door. Ook omdat ik benieuwd was wat ik met fietsen nog kon bereiken’.

Het hoogtepunt voor Tijssen kwam dit jaar tijdens het door hem verreden NK tijdrijden voor amateurs op Texel. Een dag die hij bijna had moeten missen omdat zijn oma die dag jarig was. 78 kilo weegt hij nu. ‘Eigenlijk ben ik door mijn clubgenoten overgehaald om ook mee te doen. Nadat ook oma haar zegen had gegeven, zijn we vertrokken’. Het zou een pittig weekend worden. Er stond een stevige wind op het eiland en het regende de hele dag. Desondanks is de sfeer prima en voelt Tijssen zich die dag relaxed. ‘Ik ben rustig naar het parcours getokkeld maar had me een beetje vergist in de afstand. 35 kilometer er naartoe. Vervolgens het parcours verkennen, nog eens 28 kilometer. Had ik al meer dan 50 kilometer in de benen terwijl de wedstrijd nog moest beginnen. Uiteindelijk mocht ik starten. Het ging verschrikkelijk klote. Alles voelde zwaar en ik kon mijn normale wattage niet trappen’. Tijssen twijfelt en heeft moeite een constant tempo te vinden in de moeilijke omstandigheden van die dag. Onderweg wordt hij op de dijk afgeleid door een official die iets lijkt te roepen naar hem. Een moment houdt hij zijn benen stil. Er is de angst voor diskwalificatie. Na het omkeerpunt op 14 kilometer is het gelukkig grotendeels wind mee. In een blinde sprint naar de finish. Na afloop loopt Tijssen scheldend naar zijn club genoten, ontevreden over het verloop van zijn race. ‘Komt er ineens een fietsmaat van mij aangelopen. ‘Heb je me nog gezien’, vraagt hij aan me. ‘Ja’ zegt ie, ik heb je nog aangemoedigd op de dijk, ik riep Go Johan Go Go’! Dat geintje heeft Johan grappig genoeg waarschijnlijk het parcours record gekost dat hij op twee seconden misliep. Desondanks werd hij wel met grote afstand Nederlands kampioen, tot zijn eigen verbazing. ‘Er kwam niemand meer in de buurt, nummer twee stond uiteindelijk op 1 minuut en 6 seconden’. En dat was Bert Smilda en dat is geen pannenkoek he’! De bijbehorende kampioenstrui is voor Tijssen, een heel jaar lang.

Het leven lacht hem weer toe. Ik vraag hem wat hij me graag zou willen kunnen vertellen als we elkaar over een jaar weer zien. ‘Ik hoop het NCK te rijden, wederom conditioneel een flinke stap te maken en wie weet, misschien zelfs mee te doen met het NK tijdrijden voor de Elite. Het lijkt me ultiem om naast Tom Dumoulin te starten. Ja, dat zou wel een droom zijn die uitkomt. Uiteraard heb ik dit allemaal eerst besproken met mijn vrouw. Ook zij ziet gelukkig wat de sport voor me heeft gedaan. Ik ben veel rustiger geworden en heb nul stress. Tevens kan ik veel beter mijn grenzen aangeven’.
Tijssen is inmiddels benaderd door verschillende sponsoren en kreeg laatst een mailtje van het VU Amsterdam en de TU Delft, of hij er zin in had het snelheidsrecord aan te vallen in Nevada. ‘Ik zou best een jaar elke week zes uur kunnen trainen op zo’n ligfiets. Als ik elke dag in die banaan naar mijn werk rijd heb ik het er al uit’.

Afijn, genoeg stof om over na te denken. Tot slot vraag ik hem of hij mij een beschrijving kan geven van de typische tijdrijder, want je moet toch gek zijn om jezelf zo verschrikkelijk pijn te willen doen. ‘Deze sport heeft een hoge instap, het is een dure sport. Dure fiets, dure kleding enz. Je ziet daardoor alleen mensen met een echte drive instappen. Daarnaast is er een grote groep renners die dit doen na hun carrière. Triatleten bijvoorbeeld. De echte toppers die ik ken zijn vaak ook privé succesvol, hebben een eigen bedrijf. Uit sportief oogpunt hebben ze allemaal een dieptepunt gekend. Ex rokers, ex drinkers, mannen met overgewicht. Allemaal gasten waarbij de knop omging, waarbij die om moest. Ze zijn heel hard gaan rijden, ook omdat ze kiezen voor kwaliteit naast het werk, iets dat ik ook heb moeten leren. Daarom is het ook makkelijker om de pijn te verdragen, het is een investering in jezelf. En ik hoef me bij niemand te verantwoorden. Ik win zelf en ik verlies zelf. Dat is de romantiek’.

 

image

 

Geef een reactie