Ups and Downs.

 

Net als de heuvels rondom Arnhem, zo zit er meestal een steigende lijn, maar soms ook een dalende in mijn progressie. Afgelopen vrijdag fietste ik de Posbank op. Dit gebied staat bij ons wielrenners bekend als een uitstekend trainingsgebied voor het ontwikkelen van je klimkwaliteiten. Nederland kent geen echte bergen, maar de heuvels hier kunnen gemeen aanvoelen. Vaak beginnen ze vals plat om na een kilometer ineens met een stijgingspercentage te eindigen van 10%. Zelf kom ik hier zelden en ben ik er nog steeds niet achter of ik klimmen leuk vind. Vlak voor de giro was ik er om een tekening op straat te krijten. De laatste tijd kreeg ik echter regelmatig te horen dat dit wel een uitstekende training is voor een tijdrijder. Toen ik Tjallingii ook nog eens de blauwe trui zag veroveren op de Posbank tijdens de derde etappe van de Giro, voelde ik me gemotiveerd genoeg om toch weer eens die k@€bult op te gaan. Het is tenslotte bijna mijn achtertuin.

 

image

 

Ik vind klimmen nu leuk, heel erg leuk. Dit ga ik voortaan iedere week inplannen. Ook heb ik die dag gevoelsmatig weer een stap gemaakt. Toen ik voor de tweede keer de ‘bult van Tjallingii’ opging, moest ik boven even passen. Mijn longen zijn nog steeds bezig zichzelf te reinigen van al het nicotine misbruik van de afgelopen 14 jaar. Normaal gesproken was ik nu terug naar huis gefietst. Ik stond echt misselijk te wezen van het zuurstoftekort en zag sterren. (Ik kan me nog goed voor de geest halen hoe Vera Koedooder me laatst uitlachte toen ze mij langs de kant naar adem hoorde happen tijdens een trainingsrondje) Nu besloot ik door te gaan. Uiteindelijk heb ik nog drie rondjes gedaan en voelde ik iets nieuws gebeuren met mijn benen. Vooral op de klim die ze laatst tijdens een tourtocht nog als tijdrit hadden aangestreept, ging ik dit keer zoveel harder omhoog, dat ik dat nog drie keer heb gedaan. Ook herstel ik beter en zit ik weer sneller op een normale hartslag.

Zo goed als het die dag met me ging en zo blij als ik was met mijn progressie, moet ik nu, een week later, alweer constateren dat ik deze week geen deuk in een pakje boter fiets. Heb ik te weinig rust gepakt? Of gaat het rennen over het zomerse terras op mijn werk duidelijk ten koste van mijn progressie op de fiets. Mijn benen voelen als lood deze week. Het is een feit, met mooi weer is het bij ons fysiek harder werken dan in de winter, en deze week kwamen we voor het eerst weer boven de twintig graden. Het zou me niets verbazen als ik op zo’n avond tien kilometer loop. Dat zal best effect hebben op mijn training. Ik vergeet vaak dat een dag rust bij mij slechts betekend dat ik niet op de fiets zit. In de avond ben ik nog altijd negen uur lang aan het wandelen, sprinten, sjouwen, bukken en traplopen. Of had ik na die klimclinic beter twee dagen rust kunnen pakken?

Maar goed, dat is niets nieuws en ik wist dat dit niet makkelijk ging worden. Het is aan mij om de juiste balans te vinden tussen werk, training en rust. Die heb ik tot op heden nog niet gevonden. Ik weet dat dat magische gebied waarin ik mijn topprestatie kan leveren, niet makkelijk te vinden zal zijn. Een vermogens- en hartslagmeter zullen mij daarin tot op zekere hoogte kunnen helpen, maar uiteindelijk denk ik dat mijn eigen gevoel altijd de doorslag zal geven. Gisteren was ik na een half uur infietsen al klaar. Hartslag veel te laag en benen die niet willen. Mijn gevoel zei nee, vandaag niet.

 

imageimage

Koffie bij Doppio Arnhem dus. Achteraf was ik daar heel blij mee, want bij toeval was ik daardoor getuige van de eerste GP overwinning van een Nederlandse coureur ooit. Op mijn ipad zag ik Max Verstappen aan de leiding gaan. Mijn geluid stond uit. Plots zag ik het zwart wit geblokt op mijn scherm voorbij komen. Ik was gelijk in shock. Iets te hard riep ik ‘WOOOWWW, Max heeft gewonnen!’

Vroeger keek ik regelmatig naar Formule 1 wedstrijden. Toen zijn vader Jos nog reed was ik fan van hem. Ik heb nooit begrepen waarom er altijd zo lacherig over zijn prestaties werd gesproken. De rest van Nederland kon slechts dromen van een carriere als die van Jos. Nog steeds vind ik dat Jos een geweldig coureur was. Hij was een bijter, een pitbull. Jos moest je altijd drie keer voorbij voordat je er écht voorbij was. Senna is echter mijn favoriete atleet aller tijden. Van hem heb heb ik haast alle boeken gekocht die er te krijgen zijn. Formule 1 was gaaf. Ik heb zelfs nog een half seizoen in de Formule 1 gewerkt als ober bij het team van Williams BMW. Ik ben een keer naar het kartcircuit van Genk gereden om foto’s te maken van een 8 jaar jonge Max Verstappen op zijn kart.

De laatste tien jaar heb ik geen wedstrijd meer gezien. Geestdodende wedstrijden en een gebrek aan echt tot de verbeelding sprekende helden zorgden ervoor dat ik mijn heil ergens anders zocht.

Maar nu is er Max, en potverdorie wat een wonderkind is dat zeg. Het is echt genieten geblazen. Zijn prestatie van gisteren zat in mijn hoofd terwijl ik vandaag weer op de fiets zat. Over twee weken de GP van Monaco, dat word weer ouderwets smullen.

 

image

Als sportliefhebbers mogen we niet klagen met z’n allen. Met Tom Dumoulin, Dafne Schippers en Max Verstappen hebben we een paar snelheidsduivels van wereldniveau. Sporter van het jaar? deze drie komen daarvoor straks allen in aanmerking. Nog mooier, alle drie zijn ze op dit moment wellicht de snelste in hun discipline. Wat een weelde!

Geef een reactie